Donkere materie: hoe meet je iets dat geen licht geeft?

Zwaartekracht laat sporen achter
Je kijkt niet naar het licht van donkere materie, maar naar wat haar zwaartekracht doet. Materie die geen licht uitzendt, absorbeert of weerkaatst, kan toch sterren en gas aantrekken. In sterrenstelsels bewegen sterren sneller dan je verwacht uit alleen het zichtbare materiaal. Ook buigt massa het licht van verre objecten af: zwaartekrachtlenswerking. Dat zijn metingen. De verklaring die daarbij past, is dat er extra, niet‑lichtgevende massa aanwezig is: donkere materie. De zwaartekrachtseffecten zijn bewijs voor extra massa; ze identificeren nog geen deeltje (NASA Science). Donkere materie is bovendien iets anders dan donkere energie, dat met de versnelde uitdijing van het heelal samenhangt.
Een kaart van massa
De Hubble‑ruimtetelescoop meet subtiele vervormingen in de vormen van achtergrondstelsels. Uit die vervormingen kun je terugrekenen waar massa zit en zo een kaart van massa maken, ook als die massa niet zichtbaar is. Een bekend voorbeeld is de Bullet Cluster: het hete gas licht op in röntgen, terwijl de massakaart uit lenswerking elders piekt. Dat laat een scheiding zien tussen zichtbaar gas en de zwaartekrachtmassa in het systeem. Zo’n kaart is een afgeleide uit lichtvervorming, geen foto van de deeltjes zelf (NASA over Hubble).
Wat de metingen niet vertellen
De metingen tonen zwaartekracht‑effecten van onzichtbare massa, maar ze onthullen niet waaruit donkere materie bestaat. Er is geen definitieve identificatie van een deeltje. Een massakaart bevestigt waar massa werkt, niet welk mechanisme of welke deeltjes dat veroorzaken. Volg voor nieuwe resultaten het overzicht van het laatste nieuws.
Bronnen
- NASA Science, Dark Matter · Geraadpleegd op 20 september 2026
- NASA, Hubble en donkere materie · Geraadpleegd op 20 september 2026